De beëindiging van een franchiseovereenkomst kan in de praktijk een juridisch mijnenveld zijn. De uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 12 november 2025 (ECLI:NL:RBOVE:2025:6603 ) biedt franchisenemers en franchisegevers belangrijke handvatten over de uitleg van opzegbepalingen en de bewijsvoering bij beëindiging. In deze zaak stond centraal of een franchisegever de overeenkomst rechtsgeldig had opgezegd en of daarbij aan alle contractuele en wettelijke eisen was voldaan.
De zaak
De franchiseovereenkomst in kwestie bevatte duidelijke bepalingen over de wijze van opzegging: na een initiële looptijd van vijf jaar was jaarlijkse opzegging mogelijk, mits dit uiterlijk op 1 september voorafgaand aan het nieuwe jaar en per aangetekende brief gebeurde.
De rechtbank moest beoordelen of een opzegging per gewone brief, waarvan de ontvangst door de franchisenemer werd bevestigd, voldeed aan deze eisen. Uit de overwegingen blijkt dat de rechtbank de contractuele formulering streng uitlegt: opzegging is alleen geldig als deze per aangetekende brief plaatsvindt, zoals in de overeenkomst bepaald.
Toch werd in deze zaak de opzegging rechtsgeldig geacht, omdat de franchisenemer in een latere brief expliciet de ontvangst van het opzegschrijven had bevestigd. Daarmee was het bewijsdoel van de aangetekende brief – zekerheid over ontvangst – alsnog bereikt (ECLI:NL:RBOVE:2025:6603 , rov. 5.6-5.13).
De gevolgen
Deze uitspraak onderstreept het belang van duidelijke contractuele afspraken over opzegging en het strikt naleven daarvan. De rechtbank wijst erop dat het risico van onduidelijkheid over de opzegtermijn of de wijze van opzegging in beginsel rust op de partij die de overeenkomst heeft opgesteld. Het gebruik van een aangetekende brief is niet slechts een formaliteit, maar dient als waarborg voor bewijs van ontvangst.
In gevallen waarin de andere partij de ontvangst ondubbelzinnig bevestigt, kan het ontbreken van een aangetekende verzending worden gerepareerd. Toch blijft het raadzaam om altijd de contractuele route te volgen en opzeggingen per aangetekende post te versturen.
De wettelijke context wordt gevormd door de bepalingen uit Titel 16 van Boek 7 BW, waaronder artikel 7:920 BW (beëindiging en beperkingen na einde franchise) en artikel 7:922 BW (dwingendrechtelijke bescherming van de franchisenemer). Deze artikelen benadrukken het belang van schriftelijke en duidelijke afspraken, en beschermen de franchisenemer tegen onduidelijke of eenzijdige beëindiging.
Samenvattend
Deze uitspraak bevestigt dat partijen bij een franchiseovereenkomst er goed aan doen hun contractuele afspraken strikt na te leven en bewijs van opzegging zorgvuldig vast te leggen. Een aangetekende brief blijft de gouden standaard, maar een expliciete ontvangstbevestiging kan in uitzonderlijke gevallen volstaan. Dit biedt duidelijkheid en rechtszekerheid voor beide partijen.
Wilt u weten hoe u als franchisenemer of franchisegever uw positie bij beëindiging van de overeenkomst het beste kunt beschermen? We helpen u graag verder.
Chantalle Damen, advocaat




